‘Op reis’

Proloog _ De aanloop

Er is altijd wel een reden, die het moeilijk maakt weg te gaan. We hebben vaak overwogen om maar niet op reis te gaan. Er kan altijd iets gebeuren aan het thuisfront.

We kennen elkaar net als we samen plannen maken om op reis te gaan. In de periode voor vertrek is mijn oma ernstig ziek en het is zeker dat ze niet meer beter zou worden. Ondanks die wetenschap beginnen we met de voorbereidingen van de reis en hebben we het besluit, of we daadwerkelijk gaan, zolang mogelijk vooruit geschoven.
Ik werk op project basis en Bas werkt voor zichzelf. De vertrekdatum is gekoppeld aan de eind datum van mijn project. Bij terugkomst in Nederland kan ik drie maanden aan de opzet van een nieuw project gaan werken. Normaal gesproken een ideale situatie om weg te gaan.

Ondertussen is mijn oma ziek. In de maanden voor vertrek ben ik veel bij haar en we praten over heel veel dingen. Ze is blij met mijn nieuwe relatie en kan het goed vinden met Bas. Ik heb al een aantal grote reizen gemaakt en ze weet dat Bas ook reislustig is. Toch durf ik niet met haar te praten over onze reisplannen.
Bas zijn ouders en mijn moeder hebben het er moeilijk mee dat we voor lange tijd weg gaan. De communicatie wordt lastig op reis. Ons reisschema ligt wel enigszins vast, we reizen zeven maanden over het Zuid Amerikaanse continent met Lima als begin en eindpunt. Schrijven kan via de post restante in de grote steden, die we aan zullen doen.
Maar hoe kunnen we elkaar bereiken in geval van nood? We beloven dat we regelmatig bellen.
Uiteindelijk overlijdt mijn oma een paar weken voor vertrek. Ik kan op een goede manier afscheid van haar nemen.

We maken de jaren na deze prachtige reis veel plannen met de gedachte, als je iets echt wilt krijg je het voor elkaar, veel van deze plannen kunnen we dan ook waar maken. We kopen een huis, schaffen een camper aan, die we opknappen, maken mooie reizen en we trouwen.
Onze reis door Zuid Amerika is een belangrijke basis geweest voor onze relatie. Maar we zijn op zoek naar een nieuw doel voor dit moment in ons leven samen. En zo ontstaat het plan om een jaar op reis te gaan.

Er is altijd wel een reden, die het moeilijk maakt weg te gaan. Mijn moeder is overleden en ook van Bas zijn ouders hebben we afscheid genomen. De zus van Bas is ziek. Lange tijd hopen we dat ze beter zal worden, maar het wordt helaas duidelijk dat dit niet zal gebeuren. Toch beginnen we plannen te maken om weg te gaan.
Bas werkt nog steeds voor zichzelf en ik heb een vaste aanstelling. De eerste beslissing ligt bij mij.
Wil ik mijn baan opzeggen om een jaar te gaan reizen?
Daarna moeten we bekijken waar we naar toe willen, wanneer we weg gaan en hoe we dit kunnen realiseren. Er is veel te bespreken en te regelen voordat we daadwerkelijk vertrekken.
‘We willen een jaar weg,’ vertel ik op mijn werk.
‘Graag zou ik onbetaald verlof krijgen, maar als dat niet kan neem ik ontslag.’
De vraag is dus niet of ik ga, maar of ik hier terug kan komen. Een onmogelijke vraag om gelijk te beantwoorden, maar voor mij is duidelijk wat ik wil. De eerste stap om weg te gaan is gezet, een jaar lang samen reizen.

1 _ De voorbereiding

Er is altijd wel een reden, die het moeilijk maakt weg te gaan. Mijn schoonzus wordt steeds zieker. Wij besluiten om in oktober te vertrekken, maar net als vijftien jaar geleden zullen we op het laatste moment besluiten of we daadwerkelijk gaan.

Ik heb afgesproken dat ik in de planning van vertrek rekening zal houden met het werk, als ik onbetaald verlof krijg. Maar als ik ontslag neem trek ik mijn eigen plan en daar zie ik tegenop. Het werk is leuk en ik wil graag terug komen op deze plek.
Gelukkig wordt het onbetaalde verlof mij gegund en nemen onze plannen vastere vormen aan. Oktober wordt volgend jaar april. Uitstel van vertrek vangen het zwangerschapsverlof op van een collega. Voor alle betrokkenen een goede afspraak.
Vijftien jaar geleden zijn we naar Lima gevlogen, hebben overland een rondje Zuid Amerika gemaakt en zijn weer vanuit Lima naar Nederland teruggekeerd.
Ditmaal gaan we afwisselend vliegen en overland reizen. We bekijken de mogelijkheden waarbij we worden geholpen door een reisspecialist en kiezen voor een wereldticket.
Bij een wereldticket leg je de datum van de eerste vlucht vast. Ook de verdere luchthavens liggen vast. De datum wanneer je daar aankomt of vertrekt kan je later bepalen. Je mag één stop-over per luchthaven maken. Dat wil zeggen dat je bijvoorbeeld drie maal via Singapore transit kan vliegen, maar dat je éénmaal in Singapore mag verblijven. Verder moet je in één richting vliegen. Wij kiezen om richting het oosten te vliegen. De prijs van je ticket wordt bepaald door het aantal mijlen dat je aflegt. De mijlen, die overland aflegt worden moeten ook betaald moeten worden. Als je dus landt in Katmandu en overland door Nepal naar India reist, om vervolgens in Chennai weer verder te vliegen naar Singapore, betaal je ook voor de afstand Katmandu-Chennai. Verder is een wereldticket precies een jaar geldig is.
Drie maanden voor vertrek zijn we er over uit hoe de route gaat worden. De dag voor Kerst boeken we onze ticket bij de Star Alliance. Te gelijker tijd vragen we een toegang voor Australië aan. Voor Nepal en India regelen we in Nederland een visum. Het visum voor Indonesië vragen we onderweg aan. Ons vertrek is begin april gepland, dan vliegen via Wenen naar Colombo.

Tweede kerstdag wordt de wereld opgeschrikt door een tsunami, één van de ergste natuurrampen uit de recente geschiedenis, die ook Sri Lanka zwaar treft .
Het blijkt dat bij een wereldticket alle luchthavens, die vastgelegd zijn, ook daadwerkelijk aangedaan moeten worden. Als je er een overslaat vervalt de geldigheid van je ticket. Het plan om twee weken aan het strand van Negombo uit te rusten gaat in de wacht. Afhankelijk hoe de situatie op Sri Lanka zich gaat ontwikkelen, kan het zijn dat de rustige start van de reis een het een stop-over op wordt.

Het gaat steeds slechter met Wil. Ik maak me zorgen, zal ze overlijden als we op reis zijn? We zullen afscheid van haar moeten nemen voor we op reis gaan. Dat wordt een moeilijk afscheid. En wat als ze sterft als we onderweg zijn, wat doen we dan? Waar zijn we en hoe snel kunnen we terug zijn? Dit zijn vragen die ons allebei bezig houden, maar het is moeilijk om er met de rest van de familie over te praten. We praten er ‘gewoon’ niet over.

Om de financiële kosten te drukken willen we ons huis verhuren. We gaan bij een aantal makelaars langs. Het blijkt dat verhuren lastig is. Tot voor kort gaven multinationals hun buitenlandse werknemers de vrije keuze wat betreft hun tijdelijke onderkomen. Nu krijgen expats een budget waar ze zorgvuldig mee omgaan. Beter voor de multinationals, slechter voor ons. Er komen een aantal kijkers en er is een bod, een huurovereenkomst voor drie maanden met verlenging in het vooruitzicht. We zijn gehecht aan ons huis en best kritisch ten aanzien van onbekende mensen op ons plekje. Hoewel het financieel wel krapper wordt, maar niet onmogelijk, gaan we de geboden overeenkomst niet aan. We wachten een betere partij af.
Onbezorgd op reis zijn betekent je zorgen aan anderen over laten. We zeggen zoveel mogelijk op en regelen dat een aantal zaken met automatische overschrijvingen worden betaald.
Als je geld stort op de rekening, die direct aan je credit kaart is verbonden, kun je kosteloos pinnen met je kaart. Bas zorgt er voor dat er maandelijkse bedragen op verschillende rekeningen worden overgeschreven. Om het diefstal risico te spreiden hebben we meerdere rekeningen waarvan we geld op kunnen nemen.

Een paar weken voor vertrek krijgen we vroeg in de ochtend telefoon van mijn schoonzus.
‘Wil is net overleden,’ zegt Riet, de oudste zus van Bas.
We snellen naar het huis onze zwager, Cok. Wil ligt in bed, het lijkt of ze slaapt. We wachten tot Peter en Rob bij hun vader zijn. Voor we weg gaan zeggen we Wil gedag.
De dagen, die volgen zijn hectisch. Het rouwen met de familie brengt troost. Ik had er niet aan moeten denken dat we onderweg waren geweest, dat zou niet goed zijn geweest.

Een week voor vertrek stoppen we met werken. Er is nog veel te doen.
Thuis gaan we pakken. De reistas vullen is zo gebeurd, maar we hopen nog steeds het huis te kunnen verhuren. Al onze persoonlijke spullen verdwijnen in dozen en worden opgeslagen.
We halen onze ticket op bij de reisagent. Het is een heel pakket, op één vlucht kan geen elektronisch ticket worden uitgegeven, daarom zijn het allemaal papieren tickets. Elke keer als we naar een volgende bestemming willen, zullen we e-mail contact hebben met de agent. Deze geeft aan wat mogelijk is, zodat wij een keuze kunnen maken. Vervolgens zal de vlucht en stoelen worden geboekt.

2 _ Op reis in Azië

Met Tirol Air komen we aan in Wenen.
‘Kun je dansen op de maan, is er plaats tussen de sterren waar ik heen kan gaan. Ik heb getwijfeld over België,’ zingt het Goede Doel.
We hebben allebei een oordopje in om niets te missen.
‘Een keer zijn we gaan kamperen,’ legt Bert Visser uit, ‘nee, niet met een koffer, je schijnt te moeten kamperen met een rugzak.’
Zucchero en Ilse de Lange begeleiden ons verder tijdens het wachten op de aansluiting naar Colombo.
‘Come on baby let’s get out of this town. Baby you can sleep while I drive,’ stelt Melissa Etridge ons gerust.

Racing red Lauda Air brengt ons verder, veilig naar Colombo. Met een minibus snellen we naar Blue Oceanic Beach, waar we de komende week met onze voeten omhoog aan het strand liggen.
De Indische oceaan is pis lauw met mooie golven. De beelden van drie maanden geleden komen naar boven en het voelt vreemd als we met onze voeten in dit alles vernietigende water staan.
Op de vlucht van Wenen naar Colombo zaten veel hulpverleners, die zijn hier ook nog hard nodig. Wij merken zelf weinig van de gevolgen van de tsunami, maar ook in dit gebied zijn vissers overvallen door de vloedgolf en veel mensen en huizen verdwenen in het water.
Doordat de toeristen wegblijven, hebben we de volle aandacht van de verkopers op het strand.
‘I want rest,’ zeg ik, als nummer zoveel langs komt bij mijn strandstoel om haar waren aan ons te laten zien.
‘I have,’ antwoordt ze en ik schiet in de lach.

Na twee weken zon, zee en verwennerij gaan we op reis. In plaats naar huis te vliegen stappen we op het vliegtuig naar Kathmandu. Het leven is goed voor ons.
Het plan is om vanuit Nepal naar Lhasa te vliegen en overland terug reizen naar Katmandu. Omdat we niet weten of we een visum krijgen voor Tibet, hebben we deze vlucht niet in onze wereldticket opgenomen.
Het visum wordt geregeld en we kunnen naar Lhasa afreizen.
In mijn slaapzak snak ik naar lucht. Door de hoogte, het basecamp ligt op ruim 5000 meter en de koeienpoep als brandstof voor het vuur in de yurt, stokt mijn adem regelmatig. Ik merk er zelf niet veel van, maar Bas ligt als een waakhond wakker naast mij. Regelmatig schudt hij mij zachtjes om mijn ademhaling weer op gang te helpen. ‘S ochtends vroeg breken we het ijs op het stroompje om ons te wassen en nemen op afstand een kijkje in hightech basecamp van de klimmers, die wachten op het juiste moment om de Mount Everest te bedwingen. ‘No go area’ voor ons gewone stervelingen en enorme tegenstelling tot het basecamp waar wij en de werknemers verblijven.
Na een indrukwekkende tocht door het desolate Tibet komen we weer terug in Kathmandu.
Het visum voor Nepal staat ons toe, na terugkomst in Katmandu, nog drie dagen te blijven.
Dus vertrekken we naar India.

Met Kuman Taxi Service rijden we twee weken door Radjastan. In Udaipur gaat onze chauffeur terug naar Delhi en vertrekken wij met de trein naar Mumbai.
In India is het openbaar vervoer goed geregeld. Lange treinreizen boek je vooraf, net als langere bustochten, dan ben je verzekerd van een zitplaats. Voor kortere afstanden gaan we gewoon naar het busstation en kijken daar wat op dat moment de beste mogelijkheid is.
Een week voordat de moesson in Mumbai arriveert, gaan we met de nachtbus naar Goa. We hebben de bus, inclusief een Indiaas strandhotel, geboekt bij een Indiaas reisbureau.
‘Where is the beach,’ vraag ik aan de receptionist van Victor Exotica.
Hij kijkt ons meewarig aan en overhandigt onze all-inclusief bandjes. Op Candolim Beach vinden we een met olie besmeurd strand. De olietanker voor de kust ligt er al jaren, maar het strand wordt alleen in het toeristen seizoen schoon gehouden.
Van Goa reizen we verder met de trein naar Kerala. Vandaar trekken we beetje bij beetje naar het zuiden met de bus. Na twee maanden komen we aan in Mahabalipuram aan de westkust van India. Deze kust is ook zwaar getroffen door de tsunami, maar daar hebben we in Nederland weinig over gehoord.
We nemen contact op met de reisagent en een paar dagen later vliegen we vanuit Chennai , via Singapore, naar Maleisië .
In het begin van de middag komen we aan op de luchthaven van Kuala Lumpur. Overdag aankomen op een luchthaven is fijn om rustig de tijd te hebben om vervoer naar de stad te zoeken. Een hotel voor de eerste nacht hebben we vooraf geboekt en we kunnen ons bij daglicht oriënteren hoe de nieuwe omgeving in elkaar zit.

De luchthaven lijkt onbemand. Met de monorail glijden we naar de aankomst hal, een man stempelt ons paspoort en voor we het weten staan we buiten met onze bagage. Alsof we met een tijdmachine vooruit geschoten worden rijden we Kuala Lumpur binnen.
‘Selamat datan,’ begroet de receptionist ons.
Chaos, China Town is het enige plekje dat een beetje op onze vorige bestemming lijkt.
We vinden hier snel onze weg. Eindeloze stalletjes waar ‘topmerken’ worden verkocht voor bijna niets. En daar vinden we haar, tussen de Prada en von Dutch tassen.
Ze staart ons aan, ‘neem mij mee’!
Voor twee euro bevrijden we haar en dopen haar juffrouw Janssen, juffrouw Jannie voor intimi. Vanaf nu gaat ze overal mee naar toe.

Behalve het vaste land van Maleisië willen we ook naar Borneo. We kopen we een open ticket van Kuala Lumpur naar Kuching, vandaar naar Mulu NP, vervolgens naar Kota Kinabalu en weer terug naar Kuala Lumpur. Volgens een strak plan bezoeken we Maleisisch Borneo.
Kuching is relaxt en groen, als een kampong. Het is de week van het Rainforest World Music Festival en bezoekers van uit de hele wereld overspoelen het stadje. Het festival is totaal uitverkocht. Gelukkig heeft Mister Cooper te veel tickets gereserveerd en mogen we er twee overnemen. En zo staan we tussen de regenwoud reuzen te genieten van artiesten, die allemaal gemeenschappelijk hebben dat hun roots in het regenwoud liggen.
Vervolgens nemen we de expres boot naar de Iban, de beruchte koppensnellers van Borneo, vliegen via het nationaal park Mulu naar Sabah en beklimmen Mount Kinabalu.

Terug op het vaste land nemen we de bus en een boot naar Taman Negara NP. Dan weer met een taxi om de bus niet te missen richting Cherating.
Anderhalve maand later boekt de reisagent onze vlucht via Singapore naar Jakarta. Op het Internet boeken we, voor de volgende dag, een vlucht naar Bali met Air Asia . We zijn ondertussen al een tijdje onderweg en willen een weekje bijkomen aan het strand.
Voor vertrek uit Kuching hebben we ons visum voor Indonesië geregeld. De ambtenaar op het consulaat is heel behulpzaam. Om een permit voor Papua te krijgen, vertelt hij ons, dat we bij aankomst in Sentani, ons paspoort aan de gids kunnen meegeven, zodat deze de permit kan regelen.
Het is dus van belang een betrouwbare gids op Papua te vinden. Hier in Kuta op Bali hebben we toegang tot internet en we proberen zo een goede gids te vinden.
Twee weken later verlaten we Bali en vliegen naar Sentani, waar we worden opgevangen door Crocodile Dundee. Met Penuis, Naiep en Johannes als dragers en Dixon als de perfecte gids beleven een ultieme trekking door de Baliem Vallei.
Na Papua bezoeken we Sulawesi en maken kennis met de bijzondere begrafenis rituelen in Tana Toraja. Vanuit Makassar vliegen we met Adam Air naar Surabaya op Java. Met de trein, bus en deel-taxi reizen we van hotel naar hotel over het eiland en komen terug naar Jakarta. De volgende vlucht die we maken is er weer een van de wereld ticket. Onze privé reisoperator boekt de vlucht naar Singapore. Deze keer blijven we hier een paar dagen.

Als we aan het ontbijt zitten verstarren we als we het nieuws zien. Op de grote televisie in de eetzaal zien we Bali en horen dat er opnieuw een aanslag is geweest. De toeristen industrie is net weer een beetje opgang na de eerste grote aanslag in het toeristencentrum van Kuta. Dit is een enorme tegenslag voor Indonesië. De laatste dagen rommelde het ook al in Jakarta. De regering gaat met ingang van één oktober de brandstof prijzen flink verhogen en dat veroorzaakt veel onrust.
‘We zijn net op tijd vertrokken,’ zeggen we tegen elkaar en blikken terug op de afgelopen weken.
De komende dagen gaan we lekker eten en genieten van onze laatste dagen Azië.
Via het postkantoor sturen we voor de tweede keer een pakket naar huis. Veel spullen hebben we onderweg weggegeven, maar reisboeken en kleine souvenirs houden we zelf.

3 _ De nieuwe wereld.

‘L’ts ‘f w’rds t’day,’ lispelt de man, zijn ontblote bovenlichaam is bedekt met vage penstreken.
Onder zijn lange zwembroek steken een paar gehavende witte benen en aan zijn voeten draagt hij flip flops. Zijn ‘iet wat te stevige’ vrouw volgt hem, gekleed in de typisch vrouwelijke outfit. Een te klein vormloos hemd, waar haar borsten uitpuilen, uit de shorts doen haar billen hetzelfde.
‘Yee, lots of weirdos t’day,’ herhaalt ze, terwijl ze ons aankijkt en verder sloft achter haar man en kinderwagen.

Een paar dagen eerder zijn we in Australië aangekomen. Dit werelddeel binnen komen lijkt eenvoudig. In het vliegtuig vullen we een uitgebreide vragenlijst in. Hebt u wandelschoenen bij u, is een van de vele vragen, die we met ja beantwoorden. We staan ruim anderhalf uur in de rij. Ik moet vreselijk nodig plassen, maar durf de rij niet te verlaten. Aan alle kanten worden we in de gaten gehouden door douane personeel, maar er gaat geen poortje extra open. Uiteindelijk zijn we aan de beurt en moeten we de schoenen laten zien. Controle of ze schoon zijn. Alles wordt gecontroleerd aan de hand van de vragenlijst. En o wee, als je nee invult en het moet ja zijn. De jongen voor ons krijgt onherroepelijk een boete, omdat hij geen wandelschoenen bij zich zou hebben, maar ze wel uit zijn tas te voorschijn komen.

Niets is herkenbaar. Vreemde vogels vliegen en lopen rond. Met een cultuurschok lopen we door Brisbane op zoek naar betaalbaar eten. ZZtop baarden zijn hier hotstuff en Mad Max is veelvuldig aanwezig. Al gauw vinden we uit dat je bij een schooner 4Xgold, voor vijf Australische dollars, prima kan eten. Banger en mash met salad smaken heerlijk bij het lokale bier uit Queens. Het vermaak krijg je er gratis bij. Je struikelt over de bouwvakkers met enorme lunchboxen, die in de namiddag schooners en jugs 4Xgold komen drinken. Een lust voor mijn ogen.
Ik voelde me de afgelopen maanden vaak bloot, met dezelfde kleren ben ik nu een aangekleed trutje. Om mij heen puilen ronde vormen uit te korte rokjes en broekjes. Vormloze hemdjes verhullen de afwezigheid van tailles, maar laten boezems grotendeels onbedekt.
‘Alle vrouwen zijn lelijk en het bier is duur,’ mailt Bas naar huis.
Na het goedkope Azië moeten we een betaalbare manier van reizen vinden in het, voor ons, relatief dure Australië.
De StayOkay card brengt uitkomst. Met deze kaart krijgen we veel korting op vervoer en verblijf. In een hostel is vaak een gezamenlijke keuken, waar reizigers kunnen koken en eten. Het is voordelig en we ontmoeten hier veel mensen van wie we weer tips krijgen. Al gauw vinden we onze draai en na een paar dagen hebben we een grof schema voor de komende drie maanden.
De loketbeambten van de Greyhound zijn druk, maar als we aan de beurt zijn, krijgen ook wij alle aandacht om een keuze te kunnen maken uit de vele mogelijkheden.
Met een Greyhound pas gaan we richting Cairns. We kopen de afstand en de periode met een flinke korting via de StayOkay card. Ruim drie weken om van Brisbane naar Cairns te reizen en we kunnen in- en uitstappen waar we willen. Vanuit Cairns vliegen we naar Darwin, omdat we de regens voor willen blijven. Het plan is om naar Arnhemland te gaan en dus moeten de wegen begaanbaar zijn.
We willen daarna met de Ghan door de outback naar Alice Spring. Ons kaartje reserveren we op het Australische railway kantoor in Brisbane. De man, die ons het treinkaartje verkoopt, is helemaal lyrisch over Darwin, waar zijn zus woont.
Het laatste wat we in Brisbane willen regelen is een camper voor de laatste maand. Bij Wicked reserveren we een de luxe slammer, die we gaan ophalen in Melbourne en in Sidney weer gaan inleveren.

Met onze little green bag verlaten we Brisbane met de Greyhound. Alle backpackers hebben zo’n eco tas van Woolworth. Zodra we aankomen op een nieuwe stek verdwijnt het tasje met etenswaren in de grote vitrine koeling van de gemeenschappelijke keuken. Met een naam label aan het hengsel vinden we de tas altijd terug. De meeste keukens zijn goed uitgerust en we doen goede ideeën op tijdens het koken en eten.
‘Happy Christmas,’ zegt Pete drie dagen achter elkaar, omdat Frasier Island voor ons een groot feest is volgens hem.
Steve crost ons drie dagen rond over het eiland met zijn off the road truck.
Na de tour over Frasier Island rijden we s ‘nachts naar Airlie Beach.
‘Hole in the deck.’
Ketelbinkie van de Sollway Lass duikt het vooronder in om met een lading Tooheys New weer te voorschijn te komen.
Aan boord van het tallship zijn verschillende nationaliteiten en soorten mensen. Met kapitein Sea Bear en zijn bemanning zeilen we een paar dagen tussen de Whitsunday Islands.
‘No worries mate’.
De Greyhound chauffeur in korte broek en witte kniekousen loopt, als een drukke tuinkabouter, heen en weer te rennen met postpakketjes. We vertrekken van Airlie Beach naar Magnetic Island. Toen Cook hier een paar honderd jaar geleden voorbij kwam sloegen al zijn instrumentarium op hol en voer hij Magnetic Island voorbij, jammer voor hem.
Op een regenachtige dag stappen we voorlopig voor de laatste keer aan boord van de Greyhound. De vertrouwde tuinkabouter is druk, druk, druk, maar we beginnen er aan gewend te raken. Onze eerste maand Down Under zit erop. De cultuurshock lijkt te slijten. De natuur en ruimte zijn geweldig, maar we hebben nog niet zoiets van ‘we willen hier blijven’.

Met Quantas vliegen we naar Darwin. Wilderness Tours heeft de laatste tour voor het wet season begint. De volgende dag vertrekken we met een toyota landcruiser naar Kakadu NP. Megan is onze gids en behalve dat ze veel over het gebied weet, laat ze ons kennis maken met Slim Dusty, een Australische volkszanger. Met Slim en Megan wordt het G’day.
De Ghan brengt ons via Katharine naar Alice Springs. Natuurlijk bezoeken we het Red Center en wandelen om de beroemde rots, Uluru.
De Groovy Grape Boomrange brengt ons naar Adelaide. Boomrange wil zeggen dat de bus, die voor een Red Centre Tour is gebruikt, zo goedkoop mogelijk terug wordt gebracht naar de stad. En dat is, met betalende passagiers en zo snel mogelijk. Door het kale landschap met steeds minder begroeiing bereiken we tegen de avond Coober Pedy, de opaal hoofdstad. Het is hier zo heet dat het leven zich voornamelijk ondergronds afspeelt. Oude mijnschachten zijn omgebouwd tot huizen, scholen, kerken, winkels en hotels. Als de zon onder is drinken we, boven op de outlook, een koud biertje en zien de maan de omgeving in vuur en vlam zetten. Dit is Australië, de Outback, ruig, zoals we het ons hebben voorgesteld.
Geheel in stijl eten we een pizza in een ondergronds restaurant en slapen in een stapelbed in bonk drie van het ondergrondse hostel.
De volgende dag vertrekken we, voor zonsopgang, om verder over de Stuart Highway naar Adelaide te rijden. Een lange rit van ruim 850 kilometer, die onverwacht heel bijzonder wordt. Midden op de weg ligt een vers aangereden kangoeroe. Jack, onze chauffeur, legt haar aan de kant van de weg en checkt haar buidel. Even later zitten we met een Joey van 5 weken op ons schoot. Met een rubber handschoen als nippel geven we het water en slaapt het in een sok ter vervanging van de buidel op mijn buik. Jack laat een ‘Sheila’ op kantoor ondertussen uitzoeken wat verder te doen. Als we in Adelaide aankomen staat een kangoeroe specialist klaar om onze taak over te nemen.
Vanuit Adelaide gaan we naar Kangaroo Island met een groep Fransen.
Terug in Adelaide nemen we, voor de laatste keer de Greyhound naar Melbourne. Van hieruit vertrekt de Spirit of Tasmania. Het is de goedkoopste manier om in Tasmanië te komen, we boeken geen hut of stoel voor de nacht. De weersvoorspelling is niet best en de ‘Bass Strait’ straat staat bekend om haar ruwe en stormachtige zee. De Spirit is maar één keer terug gekeerd naar de haven, omdat de patrijspoorten er uitvlogen, maar toen was het windkracht dertien. Tegenwoordig blijft de Spirit in de haven bij een windkracht hoger dan twaalf. Vandaag is het slechts acht. Zodra we uitvaren worden we naar de bioscoop gedirigeerd om alle losse zeezieke mensen te centraliseren.
Op het vaste land van Down Under Down stappen we op de Wild Thing Tour.

‘Tjonge jong, jonge, wat hebben we het druk. Ik zit heel lang in de rugzak of in een ‘bezemkast’ te wachten tot ze terug komen‘, klaagt Jannie.
Dat klopt, het wordt een soort opsomming van wat we allemaal doen. Om een lang verhaal kort te maken. Na Tasmanië hebben we in Melbourne de Slammer opgehaald bij Wicked. Het is een kleine kampeerbus, die beschilderd is met teksten en aboriginal tekeningen, we dopen hem ‘Lemons’.
Kerst brengen we door op Philip Island samen met de pinguïns. Tegen oudejaarsdag komen we aan in Emu Plains. Dit gehucht heeft een treinstation en ligt tussen Sidney en de Blue Mountains in. Op drie januari zijn we precies drie maanden bij de Ozzies en moeten we het land uit. We rijden naar Sidney om ‘Lemons’ in te leveren en stappen op het vliegtuig naar Nieuw Zeeland.

De zuidelijke alpen laten ons meters vallen, voordat we rustig kunnen landen op het vliegveld van Christ Church. In de bus naar ons motel ontmoeten we een boer uit Groningen. Hij is gepensioneerd en zit verlegen om een praatje.
Met, ‘het is hier zo bekrompen en ik zou graag naar Nederland terug willen,’ sluit hij zijn betoog over zijn bestaan in Nieuw Zeeland, af.
Voor de komende weken huren we een witte Toyota Corolla en dopen hem tot de ‘witte tornado’. Kiwi’s zijn slechte en agressieve chauffeurs. Ook de verkeersregels leveren problemen op. Rechts heeft voorrang en het maakt niet uit waar je vandaan komt. Geen korte bocht voor een lange bocht en een uitrit komt ook van rechts.
We vinden het zuidereiland mooi, maar saai. We missen de Ozzies en krijgen heimwee. Voor het eerst tijdens deze reis beseffen we dat we eigenlijk wel in Australië zouden kunnen wonen, bijvoorbeeld op Tasmanië of in Sidney.
Onder het genot van een dry white en een Mac Gold maken we flauwe grappen over ons nieuwe avontuur.
‘Het stoplicht staat op rood, het stoplicht staat op groen, in Westport is altijd wel wat te doen.’
‘Christ Church een stad? Een dorp met een sloot!’
‘Nieuwwww Spijkenisse, op zondag’.

De ‘witte tornado’ brengt ons veilig over de kronkelige wegen, over heuvels en dalen, over one-lane bruggen en passen, door het Nieuw Zeelands verkeer. Ze brengt ons waar we willen, maar het kost tijd. Tweehonderdvijftig kilometer lijkt niets, maar is een dag rijden. We overnachten in hostels en motels.
De weg van Te Anau naar Milford Sound is een van de mooiste van N-Z volgens de Lonely Planet. Daar krijgt de reisgids gelijk in. In het meest vreselijke weer van de afgelopen negen maanden rijden we naar het vertrekpunt van de boot, voor een tocht door de beroemde fjord. Langs een waterval van meer dan honderd kilometer komen we aan in Milford.
Het Noordereiland begint met een echte stad, Auckland. Hier huren we een Corolla de luxe. Op een regenachtige dag verlaten we de stad. Als we de straat bij het verhuur bedrijf uitrijden gaat een oranje lampje branden. De garage weet niet waarvoor en na wat heen en weer gebel blijkt het voor de bandenspanning te zijn. Met wat extra lucht rijden we opnieuw richting Bay of Plenty.
Plenty of regen, maar ook geisers, ontploffende modder poelen, vulkanen en begraven dorpen. Op naar het land van Sauron in de voetsporen van Frodo en Sam, in de ‘Ban van de Ring’.
Nieuw Zeeland is een prachtig vakantieland met een mooie natuur, prachtige luchten, heel veel schapen en bijzonder saaie stadjes. Voor onze reis om de wereld is het een mooie tussenstop.

‘Bula, ladies and gentleman. Welcome to the Yasawa Flyer.’
Door het turkooise water vaart de catamaran vanuit Nadi naar de Yasawa eilanden. We hebben de Ultimate Lei op awesome Fiji geboekt. Met de ferry worden we in zeven dagen naar vier eilanden gebracht.
Met voorlopig het laatste mobiele bereik sms ik naar huis: ‘We zijn in het paradijs aan gekomen.’
Bula time op de Yasawa Flyer.
‘Bula once again ladies and gentleman. Welcome back to the Yasawa Flyer.’
Elk eiland heeft zijn eigen gebruiken, maar overal worden we warm binnen gehaald.
Met een sloep worden we van de Yasawa Flyer naar Tavewa gevaren, op het strand verwelkomt met ukelele muziek. Bula time op Tavewa.
‘Bula, Bas en Pauline. Vandaag willen we graag onze gasten uit Nederland welkom heten’, zegt Poul met een zachte stem.
We zitten bij de Kava ceremonie. De Kava tanoa met het bruine vocht gaat de kring rond. Een voor een drinken de gasten de kom leeg, klappen drie keer en roepen: ‘Macah.’
Daarna vult Poul de kom opnieuw met Kava en geeft deze aan de volgende gast.
‘Vanavond eten we uit de lovo,’ sluit hij de ceremonie af.
Het eten smaakt heerlijk. Groenten, vlees, vis ingepakt in bladeren en langzaam gegaard in de ondergrondse oven, tussen de gloeiende stenen afgedekt met natte jute zakken.
‘Bula once again ladies and gentleman. Welcome back to the Yasawa Flyer.’
We zijn weer aan boord van de geel paarse ferry.

Er is altijd wel een reden, die het moeilijk maakt weg te gaan. Op Valentijnsdag liggen we in de schaduw op het strand van Kuata. Middenin het paradijs en ik vraag me af hoe het thuis is. Vandaag is de verjaardag van mijn schoonzus. Westelijk of oostelijk om, Nederland blijft even ver weg.
Een ochtend, half februari, de zon komt op. We staan op, pakken in, checken uit en doen de laatste inkopen in Nadi. Met een Fijiaans diner nemen we afscheid van het paradijs en staan twee uur in de rij om naar de stad van de engelen te vliegen.

4 _ Het wilde Westen.

Een ochtend, half februari, de zon komt voor de tweede maal deze dag op. Twaalf uur eerder dan dat we in Nadi op het vliegtuig zijn gestapt komen we in Los Angeles aan.
We trakteren ons zelf op een airport hotel. In de bar van het Hilton hotel staat een nieuwszender geluidloos aan. Orkaan Katrina heeft maanden geleden huisgehouden in Louisiana, bijna 2000 doden en meer dan 150 miljoenen dollars schade. Chaos en angst zijn nog dagelijks te zien op de Amerikaanse nieuwszenders. Met hulpgoederen wordt geprobeerd het normale leven te herstellen.
We maken kennis met de openheid van de Amerikaanse zakenman. Behoorlijk direct en racistisch.
‘All freeloaders profiting from the so-called disaster. All paupers’, is de conversatie aan de bar.
Volgegoten en overgoten met ongevraagde informatie en drank, vluchten we met een take-away pizza naar onze anonieme hotel suite. Voor de tweede maal deze dag nuttigen we het diner, ditmaal geheel in stijl voor de TV.

De trein naar San Francisco zit vol en we vertrekken uit LA met de Greyhound. Dit is een eenmalige ervaring. Het busstation ligt midden in een achterbuurt van LA. De bestrating ontbreekt en we vragen ons af waar we vanavond in SF aankomen. Wat een derde werelddeel lijken de Verenigde Staten.

‘Hij is groen. O, nee hij wordt wit.’
Je moet je haasten, want binnen vijf seconden veranderd het witte mannetje in een star rood mannetje. Als voetganger ben je vogelvrij voor de Amerikaanse automobilist. Steek ook niet zo maar over, daar raakt iedereen van in de war, met als gevolg een verkeerschaos.
Op zoek naar een rental komen we bij Budget uit. We betalen hier bijna net zoveel als bij al die verhuur bedrijven, die hun goedkope auto’s aanprijzen.
De auto, die we gereserveerd hebben, blijkt niet beschikbaar als we deze komen ophalen. De auto, die wel klaar staat, is door de mensen in de rij voor ons geweigerd. Te klein. Bas loopt mee de parkeergarage in om te kijken of onze bagage past. Met een brede grijns komt hij terug.
‘Wat een mazzel dat we licht reizen’, wijzend naar onze twee tassen.
De verhuurder is opgelucht en geeft hem de sleutels van het parade paardje.

Hij is niet wit, hij is niet Japans, hij ruikt niet muf en is zeker niet suf. Bas wil niet meer weg uit Californie, hier wordt hij behandeld als een VIP en krijgt wat een VIP toekomt. Hij is bordeaux rood, hij is Amerikaans, hij ruikt nieuw en is behoorlijk stoer.
Langs witte bloesem van sinaasappel boomgaarden brengt hij ons naar de sneeuw van Yosemite NP en Sequoia NP. Vervolgens zoeft hij door Death Valley NP en doet het zeker niet gek op de strip van Las Vegas. Langs de South Rim van de Grand Canyon galoppeert hij naar het wilde westen. Als een echte mustang betreedt hij Monument Valley.
Als we ’s ochtends bellen voor een overnachting of ’s middags de receptie van een motel binnenstappen, vragen we altijd om ‘a good price’. In Las Vegas slapen we voor nog geen veertig dollar in het kasteel van Excalibar. Op de South Rim hebben we ’s ochtends een kamer bemachtigd, die ver onder de normale prijs ligt. Een van de eerste dagen in de Verenigde Staten krijgen we bij McDonalds een ontbijt coupon, waardoor we de rest van onze tocht door het westen gratis ontbijten bij de Mc.

Stel je voor, ’s ochtends zeg je, ‘ik wil een hert zien, één is genoeg, meer hoeft niet.’
Vervolgens rijd je weg uit Bryce NP, door een goudgeel veld met hier en daar wat sneeuw. En voorbij de bocht staat, in dat goudgele veld met hier en daar wat sneeuw, een heel roedel herten. Je hebt maar om één gevraagd, dat is cool! Vervolgens rijdt je verder over een sneeuwvrije weg door een prachtig sneeuw landschap. Dat is mooi! Dan zie je een bord, bizon viewing en je ziet een enorme kudde bizons die bijgevoerd wordt in de wintertijd. Dat is een coolday!
Bas vertelt allang niet meer dat het een rental is als hij een compliment krijgt over ‘zijn’ Ford Mustang. Slechts eenmaal mag ik plaats nemen achter het stuur. Met Bas aan de teugels brengt het parade paardje ons verder naar Arches NP, Bryce NP, Zion NP en Joshua Tree NP. Helaas voor Bas moet zijn vriend achterblijven op het vliegveld van LA.

De planning is dat we van LA naar New Orleans vliegen. Van daar willen we overland naar Florida reizen. Maar op het nieuws horen we dat de toestand in en rond de stad nog steeds onveilig is na de overstromingen ten gevolge van Katrina. We besluiten van New Orleans gelijk door te vliegen naar Miami. Ook de tijd begint te dringen. We moeten voor drie april terug vliegen naar Nederland anders verliest onze wereld ticket zijn geldigheid.
Springbreakers op de South Beach is een nieuw begrip voor ons. Normaal gesproken vindt je hier oude Cubaanse mannen met dikke sigaren en hun domino stenen. Ze zijn verdreven door de boys en girls, die hun college periode hebben afgesloten. Springbreakers, een week geleden zijn ze afgeleverd en niemand heeft ze nog opgehaald.
De Ocean drive is heerlijk om aan het eind van de middag te zijn. Iedereen is weer fris aanwezig na een nachtje clubleven. In een file rijden auto’s en motors rondjes. Het gaat hier om zien en gezien worden. Op een van de vele terrasjes, onder het genot van een mojito, spelen we het spel mee.
Tijdens het wachten bij een auto verhuurbedrijf op de South Beach en krijgen we een tip. Via Internet is dezelfde auto klasse bij hetzelfde bedrijf ruim vijftig procent goedkoper. Bij een internetcafé om de hoek regelen we een auto en printen onze reservering uit.
De volgende dag ligt het computer systeem van Budget plat. Het kantoor zit vol met gestrande huurders, maar wij kunnen met onze uitdraai wel geholpen worden. Even later rijden we met onze champagne kleurig Chevy Miami uit.

Het is hurricane tijd en in de Everglades komen we oog in oog te staan met de ravage, die orkaan Wilma heeft aan gericht. Via de Florida Keys, Ford Myer Beach en Orlando rijden we door Florida. Het is leuk, maar valt een beetje in de categorie Nieuw Zeeland voor ons. We vinden het behoorlijk oud bollig.
De kortingen, die we de afgelopen weken hebben bedongen, gaan in Florida niet op. Het zit hier vol met mensen, die de zon komen opzoeken. Gelukkig brengt dit keer de ANWB kaart een oplossing. Met de kaart van vorig jaar krijgen we bij bepaalde hotelketens een flinke korting. Bij deze ketens is het ontbijt complementair. De kaart red ons van de enigszins betaalbare maar, obscure motels.

‘Stel je voor, dat ik met mijn kleine South Beach T-shirt en mijn veel te grote Miami Vice zonnebril de supermarkt binnenstap. Ik zie er echt cool uit als ik bij de kassa sta om zes blikjes Budweiser, een fles chardonnay en een doos muesli repen af te rekenen.
‘Can I see your ID?’
In de USA moet je, net als in Nederland, boven een bepaalde leeftijd zijn als je alcohol wilt kopen. Als ze daar aan twijfelen vragen ze, in tegenstelling tot Nederland, naar je ID.
‘Why,’vraag ik.
‘You look so young.’
Dat is pas een coolday!

De Daytona week is voorbij, er zijn ‘maar’ achttien motorrijders verongelukt. Wij komen heel terug in Miami na ons rondje Florida. New York en Washington wachten nog op ons. Over ruim een week gaan we naar huis. Op een april landen we in Amsterdam en dat is geen grap.
De laatste dagen in New York lopen we onze benen uit het lijf. Het is koud, maar zonnig. Een indrukwekkende, prettige stad met veel geel op straat, maar ook best wel veel groen.
In Washington genieten we van mooi weer en bloesem. De Mall met de musea en regeringsgebouwen lopen we zeker honderd keer op en neer. Het Witte huis is klein, dat had ik niet verwacht.
Het lijkt niet op te kunnen. Zelfs de laatste dag hebben we nog niet het gevoel dat we naar huis gaan. Als volleerde reizigers gaan we op de laatste ochtend nog naar de Mall en halen net ons vliegtuig naar huis. En dan is het over.

Epiloog _Verlangen.

Ik fiets naar huis en luister naar mijn IPod.
‘Onderweg ben ik zigeuner, onderweg ben ik een kind. Onderweg leer je vergeten, gisteren ligt ver achter u en voor morgen nog geen zorgen, onderweg is altijd nu. Onderweg ben je nomade, soepel plooiend speels van geest. Je geeft je over aan de genade, je wordt vrij en onbevreesd. Leer geduldig incasseren van tegenliggers onderweg’.
‘Onderweg dan ben ik veilig,’ zing ik mee met Willem Vermandere.
Het lijkt niet op te kunnen en dan is het ineens over. Zoveel te vertellen, maar zover weg. Letterlijk en figuurlijk. Een jaar lang bijna altijd vriendelijke gezichten. Belangstelling in elk land naar onze reis. Het afgelopen jaar hebben we zulke mooie ontmoetingen gehad, onderweg en tijdens onze e-mail contacten met het thuisfront.
Een warm onthaal op Schiphol. Het lijkt niet op te kunnen en het blijft. Dingen, die klein lijken, maar ons leven veraangenamen en een geborgen gevoel geven.
We hebben ruimte vrees en leven nog steeds uit onze rugzak. Na twee weken gaan we, naast de keuken, de badkamer en de slaapkamer, ook de rest van het huis verkennen. Uit de berging halen we onze kleding te voorschijn. Alles bij elkaar is het te veel, te groot en vooral overbodig. Omschakelen naar de Nederlandse levensstijl is behoorlijk moeilijk.

Er is altijd wel een reden, die het moeilijk maakt weg te gaan. We hebben vaak overwogen om maar niet op reis te gaan. Er kan altijd iets gebeuren aan het thuisfront. Soms doen herinneringen pijn, soms zijn ze mooi en soms zijn ze het allebei.
‘Misschien moet je emigreren,’ is een vraag die gesteld wordt, of misschien een suggestie.
Het zet me aan het denken. Grenzen vervagen, e-mail maakt afstanden klein. Op elk tijdstip van de dag kan je even naar huis en vind je brieven, een kattenbelletje en ontboezemingen in je mail box. Ik verlang naar zoveel momenten van het afgelopen jaar.
Emigreren, dat is wel iets anders dan reizen. Dan ben je niet onderweg, dan krijg je heimwee. Ik blijf voorlopig bij het gevoel van verlangen naar iets dat is geweest.

©HIRUNDO_hetjuffie_pauline

©HIRUNDO_hetjuffie_pauline

Links en bronnen:
Reisdagboeken 1, 2 en 3 reis om de wereld Bas & Pauline _2005/2006, Lima, post restante, onbetaald verlof, Overland, Wereldreis, Star Alliance, multinational, Tsunami, stop-over, Sri Lanka, Colombo, Negombo, Nepal, Kathmandu, Tibet, Lhasa, Base camp, Mount Everest, India, Rajasthan, Udaipur, Delhi, Mumbai, Goa, Kerala, Mahabalipuram, Chennai, Singapore, Maleisië, Kuala Lumpur, Selamat datan, Borneo, Kuching, Mulu NP, Kota Kinabalu, Rainforest World Music Festival, Iban, Mount Kinabalu, Taman Negera NP, Cherating, Indonesië, Jakarta, Bali, Kuta, Papua, Sentani, Baliem Vallei, Sulawesi, Tana Toraja, Makassar, Surabaya, Java, Australië, Brisbane, ZZtop, Mad Max, 4Xgold, schooner, StayOkay card, Greyhound, Cairns, Arnhemland, Ghan, outback, Alice Spring, Australische railway, Darwin, Wicked, Melbourne, Sidney, little green bag, Woolworth, Frasier Island, Airlie Beach, Ketelbinkie, Sollway Lass, Tooheys New, tallship, Whitsunday Islands, No worries mate, Magnetic Island, Cook, toyota landcruiser, Kakadu NP, Slim Dusty, G’day, Katharine, Uluru, Red Centre, Cooper Pedy, Joey, Sheila, Kangaroo Island, Spirit of Tasmania, Bass Strait, Tasmanië, Aboriginal, Emu Plains, Blue Mountains, Nieuw Zeeland, zuidelijke alpen, Christ Church, Kiwi, zuidereiland, Ozzie, Mac Gold, Het stoplicht staat op rood het stoplicht staat op groen, Westport, one-lane bruggen en passen, Te Anau Milford, Lonely Planet, Noordereiland, Auckland, Bay of Plenty, Sauron, Frodo en Sam, Ban van de Ring, Bula, Yasawa Flyer, Nadi, Tavewa, Kava, lovo, Kuata, Los Angeles, Orkaan Katrina, San Francisco, Greyhound, Yosemite NP, Sequoia NP, Death Valley NP, strip Las Vegas, South Rim Grand Canyon, mustang, Monument Valley, Excalibar, Verenigde Staten, McDonalds, Bryce NP, bison, Arches NP, Zion NP, Joshua Tree NP, New Orleans, Florida, Miami, Springbreakers, South Beach, Ocean drive, mojito, hurricane, Everglades, orkaan Wilma, Florida Keys, Ford Myer Beach , Orlando, ANWB, Miami Vice, Budweiser, USA, ID, Daytona, cool day, New York, Washington, Mall, Witte huis, Onderweg ben ik zigeuner, IPod, Willem Vermandere, Schiphol, emigreren, reizen, heimwee.

12 gedachtes over “‘Op reis’

Plaats een reactie