‘Dagboek uit een vorig leven’

Het water met de brandende zon erboven is veel blauwer dan Emily had verwacht.
Overal staan bordjes ‘danger crocodiles’. Een paar flinke knapen, half verscholen op de grens van land en water, bevestigen daadwerkelijk hun aanwezigheid.

Dagboek uit een vorig leven: ‘dag voor vertrek, gekkenhuis.
Clint heeft kabels nodig voor de 120pk Johnson buitenboordmotor, verkrijgbaar in Oegstgeest. Op de terugweg pinda’s op de weg, ruim 2 uur vast gestaan.
Daarna alles klaar gelegd, gaan slapen, ‘s ochtends om vijf uur weer op te staan om verder in te pakken, zeventig kilo. Fax ruilen en nu, met alle laatste boodschappen voor Clint en Joan, ‘eenentachtig’ kilo en dan nog handbagage van ongeveer dertig kilo.’

De stewardess kijkt Emily en Roché meewarig aan. Ze deelt mede dat ze vanaf vijftig kilo gaat rekenen en belt om de duikflessen aan te melden bij de maatschappij. Uiteindelijk mogen ze zonder betalen door, een goed begin.
Dan slapen tot de volgende hobbel, de douane in Lusaka. Ze vullen de papieren in, geven fax, geld en duikapparatuur aan. Emily lacht vriendelijk naar de beambte.
‘Hello beauty’ en ze stappen de warmte van Zambia binnen.
Het is acht uur in de ochtend, een uur later dan in Nederland en vijfentwintig graden warmer. De geuren, warmte en indrukken staan een ontbijt niet toe
Even later pakken ze hun tassen uit, zodat alles in het kleine vliegtuig past dat hun naar Luangwa Valley zal brengen. Onderweg veel bosbranden, de vlucht valt mee, maar ze zien groen van vermoeidheid.
En dan is er serene rust om hun heen.

Na een paar dagen in de droomwereld van het nationale park te hebben vertoeft is het tijd voor werk. Op het vliegveld worden ze welkom geheten door een paar neushoorn vogels. De zon komt net op. Geen respons op de radio, de toren is onbemand. Na een kwartier wordt de Clint opgeroepen, maar dan zijn ze al onderweg naar Ndola voor een tank stop.
De landingsbaan is verstopt in een heiig landschap.
Ze willen doorvliegen naar Kasaba Bay, maar het is onduidelijk of dat kan. Het schijnt dat de grote baas van het land het zelfde plan heeft.
Met enige vertraging krijgen ze toch toestemming om naar het meer te vliegen. De warme lucht stijgt op van het land en laat het vliegtuigje als een impala door de ijle lucht springen.
Dertig minuten voor de landing maakt Clint contact met Kasaba Bay. De luchtverkeersleider, Scotty, wil hun nationaliteit weten, daarna is het stil. Geen radiocontact meer, Clint en Joan zijn onrustig, Clint besluit te landen zonder verkennend rondje. Na tien minuten verschijnt de brandweer. Uit alles blijkt dat ze niet verwacht worden.
De mensen die aanwezig zijn behoren tot de staff van Kaunda. Uitladen en alles in de boot laden en zo snel mogelijk weg van het vliegveld.

‘Beelden, geuren en indrukken, uit een vorig leven’, denkt Emily verrast en leest verder.
Het water met de brandende zon erboven is veel blauwer dan ze had verwacht.
Overal staan bordjes ‘danger crocodiles’. Een paar flinke knapen, half verscholen op de grens van land en water, bevestigen daadwerkelijk hun aanwezigheid.
Onderweg naar Kachese ziet ze puku’s, knobbelzwijnen en een paar visarenden. De jetty stinkt naar kapenta, dat de grootste bron van inkomst is voor het visserijbedrijf van de Jouberts.
Rowen staat op de kade om hun welkom te heten en wegwijs te maken.
Op de grote waranda bij het huis liggen vijf honden, een zwarte, een gevlekte, twee blonde labradors en een pup.
Deze blijkt Horst te heten, ‘is hij net zo lastig als Walter’, vraagt Emily en ze barst spontaan in lachen uit bij het lezen van dat moment.
Horst Walter is hun Duitse concurrent, die behoorlijk vervelend en lastig kan zijn van tijd tot tijd.

Hun hut staat los van het grote huis en is het slaapverblijf voor de komende tijd. Na een lange dag vallen ze in slaap onder de klamboe, in een droomwereld, die meer op de werkelijke wereld lijkt dan de wereld overdag.

David maakt ontbijt voordat ze naar Cape Chaitika varen met Goodwill, Kingston en Rowen. Het plan is om frontosa’s te gaan vangen. Deze vissen, die tot de familie cichliden behoren, leven op een diepte waarvan ze niet in een keer omhoog kunnen worden gebracht. In etappes worden ze naar boven gebracht door te decomprimeren in gazen kooien.
Rowen en Roché zetten een net uit terwijl Emily ondieper blijft, haar dieptemeter werkt niet goed . Vreemd om al die ‘aquarium’ vissen om haar heen te zien. Ze ziet de lokale Petrochromis Chiatika en vele anderen cichliden voorbij zwemmen.
Het weer slaat om, er staan hoge golven op het Tanganyika meer, de decompressie kooien kunnen niet achterblijven dus worden de gevangen vissen met een steriele naald gedecomprimeerd. In het vishuis gaan ze in quarantaine en worden goed in de gaten gehouden. Uit voorzorg krijgen ze antibiotica in hun aquarium water.
Tegen de avond begint het te regenen, heerlijk verfrissend en dat vindt Horst ook, die als een dolle door zijn eerste regen heen springt.

De volgende dagen snorkelt Emily, omdat zelfs haar luchtpijp verbrand lijkt. Dit komt door de droge lucht uit de duikfles en door de malaria profylaxe, die ze vaak droog slikt bij gebrek aan schoon drinkwater.
Ze varen naar Chimba met de Viking waar de 120 pk motor aanhangt met de nieuwe kabels en krijgen een watchman mee. Het snorkelen stop abrupt als ze oog in oog komt met een watercobra aan de oppervlakte.
Aan land maakt ze kennis met de plaatselijke bevolking. Velvet apen worden bekogeld door de dorpskinderen om de lunch te beschermen.
De boot dobbert tegen de grens van Zaïre. Op de kust dorpen met mooie hutten. Ze hoort apen krijsen en vraagt zich af of ze niet te dicht bij de grens zijn. Hier zijn nieuwe soorten te ontdekken en dat is, naast vissen vangen, ook een doel van deze reis.

’S avonds eten Emily en Roché meestal in het grote huis bij de jetty en het vishuis. Er wordt gekookt door David, die wordt bijgestaan door zijn vrouw Viola. Samen toveren ze fantastische diners uit de primitieve keuken, die beschikt over een schijnbaar bodemloze vrieskist. Nijlbaars, broccoli, mais, tomaten, stoofvlees en vaak een enorme bak ijs met aardbeien toe.
Af en toe varen ze samen met Rowen naar Ndole Lodge voor het avond eten en om andere mensen te ontmoeten. Rowen is een leeftijdsgenoot van hun en heeft in zijn vorig leven op Flatdogs gewerkt bij Luangwa Valley. Het is een krokodillen farm, Emily heeft zijn voormalig leidinggevende ontmoet toen ze daar was. Malcolm gaf haar een baby krokodil in handen.
‘Put it down,’ zei hij bevelend en wees naar de grond.
De mini krokodil draaide zich razend snel om en greep haar met de vlijm scherpe tanden in haar hand toen ze het dier op de grond los liet. Zo klein en al een vreet machine met een klompje hersenen dat op eten staat ingesteld, die niet meer los liet. Malcolm lachte schamper, bekeek haar minachtend, draaide zich om en liet haar staan met de tanden nog steeds vast in haar vlees.
Sinds Rowen voor Clint en Joan werkt is hij een stuk gelukkiger. Af en toe gaat hij naar zijn familie in Engeland en bezoekt hij ook Emily en Roché in Nederland. Op een van die bezoeken liet Emily hem een nieuwe haring proeven en als wraak heeft hij haar een vliegenburger voorgeschoteld.
Berry en Valerie, de eigenaren van Ndole Lodge, ontvangen hun altijd heel vriendelijk en zorgen voor een goed diner en gezellige avonden. De staf doet zijn best om hun goed te verzorgen, altijd weer een verassing hoe dat uitpakt. De laatste keer liepen ze nerveus om de tafel heen. Ze begrepen niet waarom ze niet begonnen met eten. Emily probeerde ze, zonder te lachen, duidelijk te maken dat het bestek ontbrak op tafel. Een andere keer werden de well done steaks als eerste op gediend en volgde de medium rare steaks zeker een half uur later.
Naast de gasten van de Lodge zijn er altijd vrienden en kennissen van Clint en Joan. Een duikers echtpaar uit Kitwe wil alles weten over de ervaringen van Emily en Roché. De Ierse missionaris, John, heeft prachtige, meestal sterke, verhalen en Evans vertelt vol trots over zijn eerst geborenen.
Vaak zijn er ook vrijwilligers, een tegenstrijdige benoeming vindt Emily, omdat ze een heel goed salaris verdienen voor hun ontwikkelingswerk. Het zijn over het algemeen mensen, die gewend zijn om voor alles en nog wat personeel te hebben en hier komen voor vertier.

Goodwill Katai vaart Emily, Rowen en Roché naar Subu eiland. Volgens Joan zijn alle Katai’s aardige dieven. Ze stelen niet uit het huis, maar wel van het bedrijf.
Ze duiken op een modderachtige zandbank met duizenden schelpen. In de hoop dat er vissen in zitten verzamelen ze er een aantal. Na een half uur op dertig meter decomprimeren ze, samen met de schelpen, op zes en drie meter.
In de middag duiken Emily en Roché meestal tussen de zes en negen meter, in ieder geval niet dieper dan twaalf meter. Deze keer bij Ndole, een hele leuke plek met rotsen, zand en modder, altijd veel te zien. Grote nesten van muilbroeders en schelpen met vissen erin. Daarna lekker rond dobberen, met de armen en benen gespreid.
Het dorp is uitgelopen en in een bootje, dat constant gehoosd moet worden, varen vijf jongetjes naar ze toe. Roché maakt een polaroid van ze om weg te geven. Een brede lach verschijnt op hun gezicht en ze wijzen op de Johnson motor en steken hun duim op. De grote vis die ze hun willen geven weigert Emily.
Joan zegt dat het een groot compliment is.
Emily belooft dat ze de volgende keer het zal accepteren, maar denkt, ‘die kunnen ze veel beter zelf opeten, zij komt niets te kort.’

Nog zo iets dat gelijk weer op haar netvlies staat.
‘De druk van iedereen om haar heen en iets van haar wil,’ voelt ze weer als ze verder leest.
‘Je komt schoon uit het meer en gaat je dan douchen met water uit het meer,’ stelt Joan vast. Joans wil is wet, haar doordringende donkere ogen benadrukken dat, warm maar dwingend.
‘Dat klopt,’ denkt Emily, maar ze heeft het koud na een hele dag in het meer en wil ook even alleen zijn
De douche bevindt zich tussen hun hut en het grote huis. Het is een ouderwetse badkuip op leeuwenpootjes met een rieten schutting eromheen. In een hoog geplaatst watervat wordt het douche water warm gestookt met een houtvuur. Als ze onder de warme straal staat kan ze de indrukken van de dag rustig op haar in laten werken.
Het moment sluit af met een slang, niet die aan de douchekop, maar een zwarte mamba onder de badkuip.
‘Die ligt er al de hele week,’ zegt Rowen als Emily haar ontdekking vertelt tijdens het avondeten.
‘Joan krijgt haar zin,’ denkt ze, ‘voor mij voorlopig geen douche meer.’

Een aantal dagen later komen ze ‘s middags terug van White Rock, waar Emily een otter heeft gezien en Roché een Furcifer fotografeert. Het is een kleurige cichlide, die zich voedt met bezinksel van de rotsen. De mannetjes bouwen nesten, ronde zandheuvels van wel vijftig centimeter hoog. Op de top een kuil, waar ze de vrouwtjes verleiden met hun flitsende kleuren om eitjes af te zetten. Na de bevruchting neemt de man de eieren wel vier weken in de bek.
‘Een toppunt van emancipatie,’ denkt Emily.
Ze varen langs Chiatika. Als Roché de tafelberg wil vast leggen springt Goodwill verschrikt voor de lens.
‘Niet doen, we komen in het bezit van de geesten,’ gilt hij.
Op de berg zijn mensen geofferd en hun geesten waren nog steeds rond. De foto wordt gecanceld, maar het moment ligt vast in hun herinnering.
Bij terugkomst is de hut overgenomen door rode mieren. Vannacht hadden ze bezoek van vliegende termieten. Deze zijn weer vertrokken met achterlating van hun vleugels, de mieren zijn nu aan het opruimen. Het stinkt naar vleermuizen en gekko’s, die ook een vleugeltje proberen mee te pikken.
Ze slapen een nacht in het grote huis en liggen wakker omdat ze de bushbaby’s missen die hun de eerste nachten juist wakker hielden met hun typerende geur en kreten.

Op een zondag varen ze naar Nuundo Head. Clint en Joan gaan mee op hun vrije dag.
Rowen en Roché vangen vissen voor de komende zending naar Amerika. Emily duikt met Clint en Joan. De vrouwen wachten een tijdje beneden bij het anker op Clint. Als hij uiteindelijk komt beweegt hij niet veel en besluiten ze samen verder te gaan. Bij de rotsen zitten veel baardmeervallen. Een paar nijlbaarzen komen kijken naar die vreemde wezens met grote ogen en cilinders op hun rug.
‘Net Barracuda’s, net zo nieuwsgierig en best angstaanjagend,’ komt in Emily op.
Een grote krab zwemt in haar beeld, tussen twee rotsen zit een grote Petrochromis met twee meervallen erom heen. De vis blijft roerloos in de schuilplek.
Rowen geeft hun een net met vissen om naar de boot te brengen. De vaste bootsman heeft een vrije zondag. De invaller doet zijn best en besluit het anker precies op de juiste plek uit te werpen, in de opstijgende luchtbellen van Emily. Gelukkig hoort ze de ketting ratelen voordat het stuk ijzer de boot verlaat en ze zwemt snel opzij. Het opdwarrelende zand ontneemt haar het zicht als het anker naast haar neer ploft.
Op het strand lunchen ze naast een hoop olifanten poep en leeuwen sporen. Het is een van de zeldzame momenten dat Clint spontaan begint te vertellen.
‘Vermomd en geschminkt als rebellen drong het leger het kamp binnen. Je weet dat Zambia het vroegere Noord Rhodesië is,’ en kijkt hun met een gelaten blik aan.
‘Zimbabwe is het vroegere Rhodesië, dat vroeger is nog geen tien jaar geleden’ en vervalt dan in diepe gedachten.
Emily weet bijna niets van Clints achtergrond. Hij weet veel van wilde dieren, dat heeft ze ervaren tijdens hun eerste dagen in Luangwa Valley, waar hij hun een aantal keer gegidst heeft. Hij schijnt jacht opziener te zijn geweest in een Nationaal Park. Daarnaast is hij een ervaren piloot. De cichliden business is een manier om geld op de bank te krijgen in het buitenland, via de officiële weg is dat niet mogelijk. Van de kapenta vangst bekostigen hij en Joan hun dagelijks leven in Zambia.

De komende week wordt hard gewerkt in het vishuis om de vissen klaar te maken voor transport. Alle vissen die op de order staan zijn in huis en apart gezet. Ze worden gecontroleerd of ze gezond en fit genoeg zijn om te worden vervoerd.
Joan heeft ons er nogmaals op gewezen dat iedereen die het vishuis betreedt een lange broek aan moet, het is de ideale plek voor slangen om zich te huisvesten. De opzichter is in het verleden ooit gebeten door een watercobra. Watercobra’s zijn extreem agressief op land in tegenstelling tot in het water. Gelukkig had de opzichter een lange broek aan en beet de slang in zijn broekspijp.

Aan het eind van de nacht is iedereen vroeg in de weer om de zending klaar te maken voor vervoer. De vissen worden per stuk verpakt in een plastic zak met schoon water en een tranquilizer. Voor ze dicht geknoopt worden gaat er nog perslucht bij en dan in polystyreen boxen, als ballonnetjes naast elkaar, om ze op temperatuur te houden. DOA, death on arrival, is gelukkig altijd laag wat fijn is als je met levende dieren werkt.
Clint vliegt met de kostbare lading naar Lusaka, waar ze aansluitend op de vlucht naar Amerika worden geladen. Als alles goed gaat staan ze de volgende dag op luchthaven, waar ze zo snel als mogelijk door de douane worden begeleid en naar het vishuis van de klant worden getransporteerd.
Zo’n directe zending is het minst stressvol voor de vissen, maar dat kan niet altijd. Soms vangen ze de vissen eerst op in hun vishuis in Nederland, om ze later opnieuw te verpakken en te versturen naar andere locaties op de wereld.

Als Clint weg is besluiten Emily en Roché bij te komen van de afgelopen dagen en varen met de Buldog naar Ndole. Omdat ze alleen zijn duiken ze met een boei, zodat ze goed zichtbaar zijn aan de oppervlakte. Dat is vermoeiend en ze varen naar de Ndole Lodge voor lunch. Op een ligstoel in de koele schaduw van een broodboom genieten ze van rust en de wilde dieren aan de overkant van het rivier.
De vruchten van deze boom zijn een lekkernij voor olifanten. Tijdens het avondeten, een week eerder, is een olifant door de omheining van het kamp heen gebroken om van de vruchten te genieten. Emily heeft een polaroid gemaakt om naar huis te sturen, maar die is volledig zwart.
‘Er was echt een olifant, die kwam snoepen, maar ik kon niet dichtbij genoeg komen om een goede foto te nemen. In mijn enthousiasme vergat ik bijna dat ik niet in de dierentuin was waar je beschermt wordt door een muur. Gelukkig hield Berry mij tegen, als de foto’s thuis ontwikkeld zijn zullen jullie zien dat het echt waar is,’ schrijft ze aan het thuisfront.
Na een powernap gaan ze snorkelen naast de jetty. Op de kade worden ze gadegeslagen door een Canadese gast. Met haar verrekijker houdt ze hun strak in de gaten.
‘Oh dear, I was watching with my binoculairs,’ zegt ze tegen Roché, als ze uit het water komen.
‘I saw that,’ antwoordt hij.
‘Oh dear, I wasn’t watching you, but the hippo.’

Ze besluiten te overnachten op Ndole. In de vroege ochtend worden ze wakker door grazende dieren bij de voordeur. Het zijn nijlpaarden, op land nog gevaarlijker dan in het water, terwijl ze er als een lieve goedzak uitzien. Met behulp van hun draaiende staarten bemesten ze het gazon voordat ze het water weer opzoeken.
De komende dagen gaan ze op verkenning uit naar nieuwe soorten. Het weer is ruw en de Buldog is te bewegelijk. De Viking is comfortabeler met deze golven en dus krijgen ze die mee. Emily is zeeziek en wil zo snel mogelijk het water in. Maar op de kant heeft ze een paar enorme krokdillen gezien en blijft ze aan boord. Als de golven te hoog worden besluit ze dat alles beter is dan in de boot blijven.
Ze spotten een nieuwe Xeno soort in de baai van Chatika en bij Sumbu een nieuwe soort slakkenhuis vis. Ze vangen ze beiden om verder te onderzoeken.
Rowan en Roché snijden een vis open en zoeken in de boeken, maar de vissen zijn niet beschreven, tenminste de Xeno niet. Over de slakkenhuis vis twijfelen ze nog. Ze gaan er later meer vangen.

Emily is moe van het werk en de vele indrukken. Haar huid is geschonden door ontstekingen van open gekrabbelde muggen bulten en steken van tseetseevliegen. De steken van de vliegen zijn pijnlijk en de muggenbeten jeuken enorm.
Op zes meter hangt ze rustig en neemt de vissen rond haar waar. Na ruim anderhalf uur heeft ze nog honderd bar lucht in haar fles. Rowan en Roché zijn aan boord gegaan, terwijl Emily onder water blijft.
Ze voelt haar enkel jeuken. Als ze kijkt ziet ze een bloedzuiger, die er al een lange tijd lijkt te zitten. Ze schiet omhoog en gilt zo hard dat iedereen in de boot gelijk toesnelt. Met haar been over de rand verwijderd Roché het vol gezogen dier van haar enkel. Ze heeft er genoeg van.

Een dag of twee aan wal bevalt haar goed. Emily werkt de prijslijst bij en kijkt toe hoe Clint het bezinkfilter bouwt dat Roché voor hem heeft getekend. Rowan en Roché zijn de hele dag op pad met de boot en zij leest lekker in de tuin, ‘Valley of the Elephants’ van Norman Carr over Luangwa Valley.
Langzaam komt ze weer tot rust.
Ze gaat winkelen in Sumbu. Het is er heel druk, veel meer mensen dan ze de afgelopen weken heeft gezien.
In het warenhuis lijkt iedereen gewoon rond te hangen of ‘staan ze in de rij,’ vraagt ze zich af.
Ze koopt een paar prachtige doeken voor thuis, een met vissen en een met leeuwen erop afgebeeld. Ze zijn in Helmond gefabriceerd voor de export naar Afrika, hoe grappig.
Daarna sluit ze inderdaad aan in de rij voor suiker en olie. De meeste mensen willen maismeel kopen, voor het nationale gerecht van Zambia, nshima.
‘Eten ze in Nederland ook nshima?’, vroeg Goodwill laatst aan Emily.
Als ze ontkennend antwoordt geeft hij aan dat hij dan toch maar liever in Zambia blijft wonen.
Op de markt kijkt ze haar ogen uit. Ze is gewaarschuwd dat ze geen foto’s mag maken, daar kan je voor worden opgepakt. Bij een waterput staan een paar mooi aangeklede vrouwen, kleurige gewaden gemaakt met waxstoffen uit Helmond. Een grote eend met haar jongen scharrelt tussen ze door. De stalletjes verkopen bananen, rietsuiker, tabak.
Er zijn ook twee restaurants, ‘een bezoek zou ze niet overleven,’ stelt Emily vast.
Overal winkeltjes, thee huizen en cafés, ze heeft nog nooit in haar leven zoiets gezien, onvoorstelbaar en eigenlijk niet te beschrijven. Om de winkels binnen te komen moet ze diep door haar knieën zakken. Sommige zijn van klei, anderen van riet. Ze wil nog twee doeken kopen, maar de prijzen zijn op de markt veel hoger dan in het warenhuis.
‘Dit is de zwarte markt, de dingen die ze hier verkopen zijn over het algemeen niet makkelijk verkrijgbaar, maismeel wordt hier voor woekerprijzen verkocht, vandaar die rijen in de mainstore,’ licht David toe.
Hij is mee gegaan om inkopen te doen voor het grote huis. Op de terugweg, via het Sumbu uitkijkpunt, stoppen we bij zijn huis. Het is een vierkanten lemen hut met tegen de muur zijn nieuwe Chinese fiets, die hij vol trots toont. Viola is thuis en nodigt Emily uit binnen te komen. In de grote ruimte, die dienst doet als huiskamer, slaapkamer en keuken, drinken ze samen thee. De badkamer is buiten in een kleine rieten hut met een gat in de grond en een emmer water.
Op het uitkijkpunt staat ze samen met David en neemt ze in gedachten afscheid van dit avontuur. Aan haar voeten ligt het meer, ziet ze Kasaba Bay en Sumbu eiland.

De komende week wordt de zending naar Nederland klaar gemaakt en vliegen ze samen met de vissen terug naar huis.
Ook maken Emily en Roché hun financiële balance op, ze gaan Ndole Lodge betalen, wat overblijft is voor David en de rest van de staf. Ze laten de meeste bagage en duikspullen achter. Voor de medicijnen, die ze achter laten, maken ze instructie brieven . Antibiotica, malariapillen, imodium en aspirine zijn heel welkom. Ook alle crèmes en make up artikelen laat Emily achter voor Joan. Thuis kan ze zo weer naar de winkel om nieuwe te kopen. Hun bagage is gereduceerd tot het strikt noodzakelijke voor de komende twee dagen.
Een stuk lichter terug dan dat ze gekomen zijn reizen ze naar huis, als je de vissen buiten beschouwing laat en dat betekend dat ze in Lusaka nog wat souvenirs kunnen kopen.

Op de dag van vertrek vliegt Clint met Joan vroeg in de ochtend en de zorgvuldig ingepakte vissen naar Lusaka. Emily en Roché vliegen aan het eind van de ochtend ook naar de hoofdstad met een lijndienst.
Het afscheid van Kachese is druk, emotioneel en verwarrend. Iedereen krijgt naast een tip iets fysieks. Goodwill krijgt de zonnebril van Roché, Viola krijgt het horloge van Emily. David wil een polaroid met Viola, maar Kingston gaat er pal naast staan, waardoor David boos wordt. De leren voetbal blijft bij de staf van het vishuis voor pauze vertier. En dan begint iedereen vragen te stellen en bestellingen door te geven voor als ze terug komen. Zelfs als Emily en Roché weg varen richting Kasaba Bay staat iedereen te springen op de kade om de laatste instructies toe te schreeuwen voor hun bestelling.
Met Rowan hebben ze nog een snel ontbijt op het vliegveld. Scotty vraagt of ze het vliegtuig in mogen en dan nemen ze afscheid. Het is verdrietig en pijnlijk om het meer en Rowan te verlaten. Clint en Joan zien ze nog in Lusaka.
De lijnvlucht is onrustig. Er is iemand die niet betaald heeft, maar wel aan boord is gekomen. Na een kleine in scene gezette dramavoorstelling betaald de verstekeling. De vlucht naar Kitwe heeft schommelige tussenlandingen op Kasama en Ndola.
In Kitwe moet ineens het hele vliegtuig leeg. Er is een vliegtuig met belangrijke mensen dat eerst mag opstijgen en er zijn nog een aantal mensen in vergadering, die met de lijnvlucht mee moeten. Als Emily en Roché uiteindelijk weer het vliegtuig binnen kunnen is er geen plaats meer voor iedereen. Er staan nog zeker tien mensen op de trap. Alles kan in Afrika.
Emily krijgt het er benauwd van, ‘stel dat ze niet verder mee mogen. In Ndola hebben ze een contact adres, in Kitwe niet.’

Als ze hun tassen hebben gaan ze, samen met Clint en Joan, op pad voor de laatste souvenirs.
Lusaka is een stuk koeler dan aan het meer. De hoofdstad stinkt en is vies, maar oogt prachtig met geel, blauw, paars, rood bloeiende bomen. Het verkeer is chaotisch en als voetganger lijk je constant in levensgevaar. Overal zwarte handel op straat, voornamelijk malachiet en goud.
Clint kan de auto niet onbewaakt achterlaten. Ondanks een ingehuurde bewaker legt hij het stuur en het reserve wiel aan de ketting.
De winkels, kleine krotten naast enorme luxe shops. Zoveel keus: manden, houten en aardewerken potten, malachiet, zeepstenen en houten beelden, muziekinstrumenten. Emily weet niet wat ze moet kopen. Eigenlijk weet ze het wel, maar het is te groot. De houten giraffe steekt zeker een kop boven haar uit.
De vlucht naar huis is aan het begin van de avond. Met z’n vieren hebben ze een late lunch bij Rancho. De patio hangt vol met wever nesten. Het is heel gezellig, Roché en Clint darten na de lunch. Emily en Joan kletsen nog een beetje.
Voordat ze naar het vliegveld gaan rijden ze langs de shop waar Emily de giraffe heeft gezien. Ze besluit het erop te wagen en wil het dier als handbagage het vliegtuig in mee nemen.
‘Niet de grootste, maar één van maar een meter tachtig, dat moet wel lukken,’ denkt ze.

‘Oh my God, does it have a name,’ vraagt de stewardess als Emily de vliegtuig trap op komt.
‘What does it eat,’ vraagt een passagier.

‘Emily wil niet meer schrijven’, sluit Roché het dagboek af.
De vlucht wijkt uit naar Glasgow. Er zijn hier meer vluchten gestrand. Iedereen wil zo snel mogelijk verder reizen. Er is niet genoeg plek, maar de lading levende have, die meereist, geeft genoeg rede om hun op de eerst volgende vlucht naar Amsterdam te plaatsen.
‘Giraffa’ probeert hun nog tegen te houden bij de douane. In Schotland hebben ze niet vaak vluchten uit Zambia en haar lijf lijkt wat te verbergen. Humor lost niets op en als er om een boor wordt gevraagd grijpt Emily in.
‘If there hadn’t been a storm we would have been home long ago. Be happy that you have something to do, but don’t expect a mega drug bust,’ gromt ze de doanebeambte toe en pakt haar giraffe op.
Trillend loopt ze verder en Roché mompelt een excuus en volgt haar snel de platformtrap op.

Op Schiphol doet ze ‘Giraffa’ een doek om, ‘niet zeuren het is koud buiten,’ verteld ze het houten beeld.
Als de vissen veilig in het vishuis zwemmen, komen ze eindelijk thuis in hun eigen herkenbare wereld. Die nacht dromen ze over het ‘sprookje’ van de afgelopen periode.

©HIRUNDO_hetjuffie_pauline

©HIRUNDO_hetjuffie_pauline

Links en bronnen:

Dagboek Zambia 1988 Pauline Emily, Cichliden, Helmond_Vlisco, Kapenta, Kaunda, Luangwa Valley, Malachiet, nshima, Tanganyikameer, Zaïre, Zambia.

6 gedachtes over “‘Dagboek uit een vorig leven’

  1. Wat een bijzonder geschreven verhaal weer.
    Prachtig dat je al jouw ervaringen en bijzondere momenten op deze wijze vastlegt.
    Het is in elk geval zo geschreven dat het lijkt alsof ik erbij ben. Dat ligt of aan jouw bijzondere schrijfstijl, of ik leef me te sterk in.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Juanita Reactie annuleren