‘Brug perspectief’

1

Mijn haar wervelt om mijn hoofd en ontneemt mij enigszins het zicht. Over het water staar ik naar de golven. De wind masseert mijn rug.

De ankerplaats aan de kade is leeg. Ze ligt er niet meer. De Croosboot is verplaatst van de Rottekade naar buiten de stad. Aan de Rottedijk verlangde ze terug naar haar stad, haar wijk, waar haar naam naar refereert.
Nu is ze is terug. Langs een kade bij Overschie, zij aan zij met de HaaiBaai. Zij en hij zijn de beste maatjes. 
Ze varen ieder hun eigen route. Zijn schipper vaart hem regelmatig van Noord naar de Europoort. Hier neemt de HaaiBaai vers zeewater in dat door Atlantische zeeschepen is meegebracht in hun ballasttanks. Dan weer terug over de Nieuwe Waterweg, de nieuwe Maas, de Schie naar Blijdorp. Daar lost hij zijn kostbare lading in de opslagtanks van het Oceanium.
De Croosboot passagiers stappen op via een steiger bij Blijdorp. De schipper vaart haar van Noord naar Coolhaven, over de Schie, het Noorderkanaal, de Rotte en weer terug.
Haar droom om terug te keren bij de brug is vervlogen. Binnenkort moet ze afscheid nemen van haar maatje. De gemeente heeft haar verkwanseld aan de aartsrivaal van haar stad.

Een sloep vaart onder mij door. De opvarenden halen me uit mijn mijmering. De schipper stoer aan het roer, de passagiers aan de fles. Vrolijke geluiden weerklinken op het water. Ze hebben iets te vieren. Iets onvergetelijks, net als ik toen, op de Croosboot, in haar gouden tijd?
Een champagnekurk vliegt rakelings langs mijn oor.
‘Geef mij een glas, dan proost ik met jullie mee’.
Mijn bevel gaat verloren in de wind en het feestgedruis. De schipper heft zijn hand, terwijl de feestgangers hun glas heffen. Een lied wordt ingezet en de sloep verdwijnt uit het zicht, richting de Bergse Linker Rottekade.

Ik verlaat de brug, sla links af, richting het Noordplein. Op het terras van Café Postiljon geniet ik van de warme lentezon op mijn gezicht en een koel glas witte wijn. Voor mij zit een verliefd stelletje hartstochtelijk te zoenen. Even later duikt een meisje sierlijk in de Rotte, ze krijgt groot applaus. Lekker zo ongegeneerd mensen kijken.

2

Haar wangen zijn nat. Over het water staart ze in het niets, tranen belemmeren haar zicht. De wind probeert het verdriet te drogen.

Niets kan haar troosten, de pijn is te intens. Keer op keer heeft ze het bericht gelezen. Vanochtend vroeg kwam het binnen, nog voor de eerste zonnestralen verschenen.
‘Ping’, zei haar telefoon, verheugd pakte ze hem op.
Geen ‘goedemorgen hartendief, ik zie je straks’.
Nee, gewoon sec ‘ik maak het uit’.
Ze had nog geprobeerd haar liefje te bereiken, maar haar oproep bleef onbeantwoord. Ze kon het niet begrijpen. Ze wilde uitleg na die vreselijke vier woorden. Onbevattelijk, het klopte niet met haar gevoel. Dus kroop ze diep weg in een donkere uithoek van haar bed. Onder haar dekbed gilde ze het uit.
De buren konden haar horen, maar vatten het verkeerd op: ‘waarom zoveel herrie bij haar ochtend genot?’
Uiteindelijk kroop ze uit haar schuilplaats en ging opzoek naar het ware waarom.

Een sloep vaart onder haar door. De opvarenden hoort ze niet, de bezorgde blik van de schipper ziet ze niet. Even lijkt de kapitein het roer om te gooien.
Een champagnekurk verknalt het moment en overstemd zijn vraag ‘alles goed meisje’?
De schipper richt de aandacht weer op de feestgangers. In de Crooswijksebocht verdwijnt de sloep uit het zicht richting de Bergse Linker Rottekade.

Ze verlaat de brug, slaat linksaf, richting het Noordplein. Op het terras van Café Postiljon ziet ze haar geliefde zitten. Haar ogen lichten op, nu komt het vast weer goed. Gewoon een misverstand, dat helpt ze zo uit de weg. Dan ontwaart ze haar beste vriendin, aan tafel bij haar liefje. Samen drinken ze koele witte wijn. Ze zien haar niet, alleen elkaar. Hun hartstochtelijke kus maakt een einde aan haar hoop.
Haar ex is haar ware liefde, andersom niet is duidelijk nu.
Ze draait zich om en loopt vastberaden naar de Rotte. Met een grote boog duikt ze in het water om haar woede te bekoelen. De stilte onder water doven de demonen in haar hoofd. Traag keert ze terug naar de oppervlakte. Eenmaal terug in de werkelijkheid klinkt vanaf de wal een uitbundig applaus.
‘Bravo’, wordt haar toegeroepen.
Verbaast kijkt ze op: ‘ongegeneerd hoe mensen mij gade slaan’, straalt ze uit.
Terwijl haar exen toekijken klimt ze op de kade.
Met een diepe buiging neemt ze de waardering van haar publiek in ontvangst.
‘Dat zal de tortelduifjes leren’! 


© 2024 HIRUNDO_hetjuffie_pauline

© 2024 HIRUNDO_hetjuffie_pauline

Links en bronnen:

Café Postiljon, Croosboot, HaaiBaai, Zaagmolenbrug.

Een gedachte over “‘Brug perspectief’

Geef een reactie op Bas Hogenbirk Reactie annuleren